De linksmens is toch simpel. De wereld bestaat uit daders, slachtoffers en de helden van dat verhaal: hulpverleners. Drie keer raden wie voor held wil spelen. De linksmens natuurlijk! De linksmens haat het grote en sterke en houdt van het kleine en zwakke. Als slachtoffers zich niet als slachtoffers gedragen, dan wordt de linksmens boos. En gedurende zijn hele leven is de linksmens uiteraard ook boos op wat het etiket dader draagt.
Één van de gevaarlijkere retorische instrumenten die de linksmens toepast is het streven naar het gelijkheidsideaal. De gedachte dat gelijkheid fantastisch is, is de heersende norm. Niemand vraagt zich af waarom dit zo fantastisch is. Het is gewoon zo. Eigenlijk weet bijna iemand waarom, maar je hoort er in ieder geval bij.
Vooral schurken moet gelijk zijn. Gelijk aan wie? Gelijk aan “ons” natuurlijk want “ons” zijn een lichtend voorbeeld voor de wereld. De linksmens is ook van mening dat wanneer een schurk gelijk is aan ons, dat de schurk vanzelf een liefmens wordt. Bovendien, wij zijn sterk en schurken zijn zwak. De liefde ligt dus makkelijk voor de linksmens.
Het is dus niet zo vreemd dat de linksmens het wel ziet zitten dat Iran een atoombom krijgt, over schurken gesproken. Want dan is Iran namelijk gelijk aan ons. Sterker nog, Iran mag die atoombom zelfs op één van zijn vijanden gooien, want dan is er pas echt sprake van gelijkheid.
Volgens de linksmens zijn Amerika en Israël de echte vijanden, dus zolang Iran belooft om de atoombom op deze twee landen te gooien, slikt de linksmens ieder denkbare leugen vanuit Teheran. Let wel, linksmensen zijn hele kritische mensen want ze hebben goed opgelet: Iran gooit die atoombom niet op Europa! Nicht hier! Dat heeft Iran niet gezegd, dus is het zo afgesproken. We hoeven ons daarover geen zorgen meer te maken. We kunnen nu ruim baan geven om aan de gelijkheid van Iran te werken.
Wie redeneert op basis van gelijkheid, kan zich inderdaad de vraag stellen waarom Iran geen recht heeft op een atoombom, terwijl de Amerikanen dat wel hebben. Het gaat om het principe! Dat is natuurlijk een valse voorstelling van zaken. De correcte vraag die gesteld moet worden is: waarom heeft Iran niet het recht om West-Europa uit te moorden. Als het antwoord is: zover komt het niet, dan gaat het duidelijk niet om het principe! Een bom maak je om te gooien, niet om mee te dreigen.
Uiteraard kan de linksmens duizend redenen verzinnen waarom ze het er niet mee eens zijn dat Teheran West-Europa uitmoord, inclusief de kinderen van linksmensen dus. Logisch, de mens houdt van voordelen voor zichzelf en de nadelen voor een ander.
De linksmens kan met zijn duizend redenen natuurlijk gewoon de pot op. Als gelijkheid de norm is, dan mag Iran winnen van ons. Sterker nog, gelijkheid is er pas echt als Iran (ook eens een keertje) wint. Winnen van ons betekent: wij dood, dus ook de kinderen van linksmensen. Zo zie je maar hoe fantastisch gelijkheid wel niet kan zijn.
Persoonlijk kan ik geen enkel argument bedenken waarom ik er ooit voorstander van zou zijn dat Iran een grote of kleine bom op -ons- gooit. Daaruit trek ik de volgende conclusie: ik ben geen gelijkheidsdenker maar een partijdigheidsdenker.
Moslims kennen de “Umma”, het verbroederingsgevoel onder moslims. Die Umma zorgt ervoor dat moslims altijd aan de kant staan van moslims, hoe gruwelijk de misdaden van hun geloofsgenoten ook zijn. De Umma is ook partijdigheidsdenken.
Als linksmensen vanuit hun gelijkheidsdenken onpartijdig (willen) zijn, wie is er dan nog voor ons?
Partijdigheidsdenken is een loyaliteitskeuze die duidelijkheid geeft op de momenten waar gelijkheidsdenkers verdwalen, of domweg tegen ons zijn.
Het gelijkheidsideaal is een vals ideaal. In de praktijk wordt het altijd tegen ons gebruikt. Het gelijkheidsideaal is dan ook simpelweg een vermomming van zelfdestructie. En toch is er bijna niemand die zich afvraagt wat er zo fantastisch is aan gelijkheid.