Zou John McCain op een homoboot gaan staan? Zou Obama zich laten zien op Dance Vally? Zij hebben wél iets beters te doen!
Na de wedstrijd Nederland – Frankrijk, trad een euforische Balkenende spontaan op in Studio Sport. Toen Ton Egbers aan het eind van het gesprek Johan Cruijf vroeg, of hij ook nog een vraag voor Balkenende had, trok Cruijf een ben-je-besodemietert-gezicht en zei keurig nee. Enkele dagen later was het Wouter Bos, die “namens het Kabinet” de wedstrijd Nederland – Italië bijwoonde, maar er was verder geen aandacht voor mensen die dolblij waren met Bos’ vertegenwoordiging.
Het lijkt de gewoonste zaak van de wereld. Wereldleider-in-de-maak Mark Rutte ging naar het dansfestival Dance Vally (waar zijn mobiele telefoon werd gestolen). Boris van der Ham komt men sowieso al regelmatiger tegen op allerlei feesten. Tofik Dibi bezoekt café’s en feesten alleen maar om te controleren of hij als Marokkaan wordt geweigerd.
En dit weekend stond Minister Ronald Plassterk op een homo-boot van de Gay-Parade. Samen met Amsterdam’s burgermeester Job Cohen. En dat is niet helemaal vergelijkbaar met de vertrekkend burgervader van Rotterdam, Ivo Opstelten, die met grote trots commentaar gaf op de binnengesleepte Red-Bull Air-Race, of eerder dit jaar, vlak voor het start-schot, de deelnemers van de Rotterdam Marathon moed in mocht spreken.
Wellicht het meest trieste voorbeeld van leiderschap in Nederland is de foto van een wachtende Minister Cramer op de Bali-klimaattop. Als Duitsland nu Nederland zou binnenvallen, zou er dan ook maar één persoon in het verzet roepen, “in naam van vaderland en Jaqueline Cramer”?
Goed, op dit moment is er geen enkele vaderlandse zaak te bedenken, waarvoor Nederlanders massaal hun eigen leven zouden willen opofferen. Die offerbereidheid is beperkt tot de groep mensen die zich bij ons leger aanmelden. De Nederlander is consument geworden, en is vooral geïnteresseerd in de bevrediging van zijn eigen wensen. Nederlanders accepteren autoriteit, van hun eigen baas, of de overheid. Nederlanders accepteren nauwelijks gezag om de simpele reden dat iedereen en dus niemand moreel gelijk heeft in de grotere vaderlandse zaken.
De kerken zijn leeggestroomd, de burger luistert dus niet meer naar de predikanten. De Staat heeft de rol van kerk overgenomen, in de zin dat zij voorschrijft hoe mensen moeten leven. De Staat kan echter niet de harten van haar burgers veroveren. Dat is niet zo vreemd, omdat de Staat zich gedraagt alsof zij Anton Pieck een groter denker vindt dan Spinoza en Erasmus.
Het is dus maar moeilijk om leider te zijn in Nederland. Politici vinden blijkbaar de oplossing, door zich “onder het volk” te begeven. De kans is klein dat Obama of John McCain op een homoboot gaan staan. Als ze niet bang zouden zijn om daarmee kiezers af te schrikken, dan hebben ze wel wat belangrijkers te doen.
De foto van Minister Cramer toont de harde waarheid: iedere idioot had daar kunnen staan. En dat geldt natuurlijk ook voor homoboten en voetbalwedstrijden. Mensen verwachten toch ook geen “vertegenwoordiging namens het Kabinet” op hun verjaardagsfeestje. Natuurlijk niet. Vooruit, politici volgen “wat het volk bezighoudt” en hobbelen dus achter de massa aan. Het krankzinnige daarvan is, dat hierdoor net lijkt alsof het volk haar leiders nodig heeft, wat natuurlijk onjuist is.
Nederland heeft geen leiders, maar “begeleiders”. Nederland is een plat-amusement-Staat geworden. Wegens gebrek aan echte problemen, althans de erkenning van echte problemen, brengt Nederland leiders van onze decadente verveling voort. Alleen Fortuyn kon de harten van mensen veroveren, en wist gezag te vergaren dat vandaag de dag nog steeds bestaat.
Vooralsnog hebben onze politici nog niet kunnen profiteren van hun begeleiderschapskwaliteiten. De heren en dames zullen ongetwijfeld heel aardige personen zijn, maar ze zijn zéér vervangbaar. Het volk weet dat donders goed.
Na de wedstrijd Nederland – Frankrijk, trad een euforische Balkenende spontaan op in Studio Sport. Toen Ton Egbers aan het eind van het gesprek Johan Cruijf vroeg, of hij ook nog een vraag voor Balkenende had, trok Cruijf een ben-je-besodemietert-gezicht en zei keurig nee. Enkele dagen later was het Wouter Bos, die “namens het Kabinet” de wedstrijd Nederland – Italië bijwoonde, maar er was verder geen aandacht voor mensen die dolblij waren met Bos’ vertegenwoordiging.
Het lijkt de gewoonste zaak van de wereld. Wereldleider-in-de-maak Mark Rutte ging naar het dansfestival Dance Vally (waar zijn mobiele telefoon werd gestolen). Boris van der Ham komt men sowieso al regelmatiger tegen op allerlei feesten. Tofik Dibi bezoekt café’s en feesten alleen maar om te controleren of hij als Marokkaan wordt geweigerd.
En dit weekend stond Minister Ronald Plassterk op een homo-boot van de Gay-Parade. Samen met Amsterdam’s burgermeester Job Cohen. En dat is niet helemaal vergelijkbaar met de vertrekkend burgervader van Rotterdam, Ivo Opstelten, die met grote trots commentaar gaf op de binnengesleepte Red-Bull Air-Race, of eerder dit jaar, vlak voor het start-schot, de deelnemers van de Rotterdam Marathon moed in mocht spreken.
Wellicht het meest trieste voorbeeld van leiderschap in Nederland is de foto van een wachtende Minister Cramer op de Bali-klimaattop. Als Duitsland nu Nederland zou binnenvallen, zou er dan ook maar één persoon in het verzet roepen, “in naam van vaderland en Jaqueline Cramer”?
Goed, op dit moment is er geen enkele vaderlandse zaak te bedenken, waarvoor Nederlanders massaal hun eigen leven zouden willen opofferen. Die offerbereidheid is beperkt tot de groep mensen die zich bij ons leger aanmelden. De Nederlander is consument geworden, en is vooral geïnteresseerd in de bevrediging van zijn eigen wensen. Nederlanders accepteren autoriteit, van hun eigen baas, of de overheid. Nederlanders accepteren nauwelijks gezag om de simpele reden dat iedereen en dus niemand moreel gelijk heeft in de grotere vaderlandse zaken.
De kerken zijn leeggestroomd, de burger luistert dus niet meer naar de predikanten. De Staat heeft de rol van kerk overgenomen, in de zin dat zij voorschrijft hoe mensen moeten leven. De Staat kan echter niet de harten van haar burgers veroveren. Dat is niet zo vreemd, omdat de Staat zich gedraagt alsof zij Anton Pieck een groter denker vindt dan Spinoza en Erasmus.
Het is dus maar moeilijk om leider te zijn in Nederland. Politici vinden blijkbaar de oplossing, door zich “onder het volk” te begeven. De kans is klein dat Obama of John McCain op een homoboot gaan staan. Als ze niet bang zouden zijn om daarmee kiezers af te schrikken, dan hebben ze wel wat belangrijkers te doen.
De foto van Minister Cramer toont de harde waarheid: iedere idioot had daar kunnen staan. En dat geldt natuurlijk ook voor homoboten en voetbalwedstrijden. Mensen verwachten toch ook geen “vertegenwoordiging namens het Kabinet” op hun verjaardagsfeestje. Natuurlijk niet. Vooruit, politici volgen “wat het volk bezighoudt” en hobbelen dus achter de massa aan. Het krankzinnige daarvan is, dat hierdoor net lijkt alsof het volk haar leiders nodig heeft, wat natuurlijk onjuist is.
Nederland heeft geen leiders, maar “begeleiders”. Nederland is een plat-amusement-Staat geworden. Wegens gebrek aan echte problemen, althans de erkenning van echte problemen, brengt Nederland leiders van onze decadente verveling voort. Alleen Fortuyn kon de harten van mensen veroveren, en wist gezag te vergaren dat vandaag de dag nog steeds bestaat.
Vooralsnog hebben onze politici nog niet kunnen profiteren van hun begeleiderschapskwaliteiten. De heren en dames zullen ongetwijfeld heel aardige personen zijn, maar ze zijn zéér vervangbaar. Het volk weet dat donders goed.