Het gesproken woord bindt de strijd aan met een uitgehonderd roofdier.
Een debatje tussen PVV-Tweede Kamerlid Teun van Dijck en Minister van Financiën Wouter Bos ging over een uitspraak van Bos in het televisie-programma “De Wereld Draait Door”: we hebben de krediet-crisis aan onszelf te danken.
Van Dijck verwijtte Bos dat de afgelopen jaren de belastingen alleen maar omhoog zijn gegaan, waardoor de burger alleen maar minder overhoudt. Het antwoord van Bos was, dat zijn uitspraak in een breder verband was bedoeld, namelijk dat door de continue zucht naar meer, de risico’s steeds groter worden.
Dit kleine debatje is typerend hoe de Nederlandse politiek met de kredietcrisis wil omgaan: men wil vooral zichzelf profileren.
Van Dijck heeft half gelijk, en het is jammer dat hij niet even doorpakte.
Ons systeem werkt als volgt. In de vrije markt wordt geld verdiend. Als op een gegeven moment de overheid haar kans schoonziet, verhoogt ze de belastingen, wat de markt verstoord. Die marktverstoring is volgens de overheid niet erg, want “ondernemers moeten anticiperen op overheidsingrijpen”. Het gat dat door de overheidsingrijpen valt, zal vervolgens door de hebzucht van de markt weer gevuld worden. En zo begint het spel weer opnieuw.
Dat Bos het als een slechte zaak ziet, dat mensen streven naar meer is dus eigenlijk hypocriet en tegen zijn eigenbelang. In ons systeem verondersteld de overheid namelijk marktherstel voor de schade die overheidsingrijpen met zich meebrengt. Als Wouter Bos met zijn kritiek op “meer, meer, meer” zijn zin krijgt, dan herstelt de markt zich *niet* van overheidsingrijpen, en implodeert de economie. Dat is niet wat Bos wil. Maar het is wel een leuke uitspraak voor kiezers die van mening zijn dat het geld van anderen stinkt.
Ook in een ander debatje tussen SP-Tweede Kamerlid Agnes Kant en VVD-Tweede Kamerlid Mark Rutte bleek profileringsdrang. Rutte wil lagere belastingen. Kant wil meer geld sturen naar de armen, die dat geld meteen uitgeven, om de consumptie op te voeren. Natuurlijk hebben beiden het over de eigen ideologie en niet over een concreet antwoord op de financiële crisis.
Ten eerste, Rutte had bijna gelijk toen hij op 21 januari 2008 voorspelde dat de Nederlandse economie eind dit jaar in recessie zou komen (bron: Nova). De aanwezige ondernemers uit het Westland haalden toen hun schouders op. Inmiddels vallen er ook flinke klappen in de glastuinbouw. Weliswaar zal Rutte’s plan om belastingen te verlagen zowel bedrijven als consumenten verlichting geven in de portomonnee, maar de maatregel zal niet in staat zijn om buitenlandse invloeden tegen te houden. De Nederlandse consument heeft niet zo heel erg veel invloed op de Nederlandse economie.
Kant’s maatregelen om consument-uitgaven te stimuleren heeft om dezelfde reden weinig effect. Echter zijn Kant’s maatregelen wel schadelijker dan die van Rutte. Kant zegt eigenlijk, we nemen het geld dat onze kleinkinderen moeten verdienen en geven dat nu uit om deze crisis te bezweren. De pensioenen van wie nu werkt mogen best afgeroomd worden, om de ouderen van nu te helpen. Kant is voor een ikke-ikke solidariteit van nu en de toekomst mag barsten.
Zo zijn er nog wel meer voorbeelden. De grootste vragen in de financiële crisis zijn, hoe hard zijn de klappen, hoe lang duurt de crisis en wie zullen de winnaars zijn. Politici lijken zich vooral met de laatste vraag bezig te houden. Op de eerste twee vragen weet eigenlijk niemand een goed antwoord. Sommige Amerikaanse economische experts verwachten een depressie. Op dit moment wacht iedereen op 21 januari, de dag dat Barrack Obama President van de USA wordt. George Bush is een zogenaamde “lame-duck”, hij kan nog weinig doen en iedereen wacht totdat het eind is gekomen.
Als Den Haag spreekt over de financiële crisis, dan spreekt zij vooral voor de eigen kiezers. Den Haag en concrete oplossingen hebben niets met elkaar te maken.
Analogisch, als de Nederlandse politiek zich zou moeten bezighouden met de inslag van een komeet op onze planeet, dan gebeurt het volgende:
De schoenenfabrieken eisen subsidie, zodat iedereen goedkoop aan nieuwe schoenen kan komen zodat burgers hard kunnen wegrennen. De botenindustrie eist subdisidie om meer boten te kunnen verkopen aan iedereen, zodat het volk vóór de inslag een tsunamie kan ontvluchten, door per boot naar de andere kant van de wereld te varen. Een kunstenaar zal op televisie zeggen dat iedereen die een dinosaurus kent niet moet klagen, omdat we tegenwoordig geen idee hebben van wat een echte crisis is. Een politiek leider zal zeggen dat Nederland het nog niet zo heel erg slecht doet, omdat we tot nu toe nog geen last hebben gehad van de komeetinslag. Burgers betalen miljoenen belastinggeld om naar deze woorden te mogen luisteren, àls ze er al iets van horen.
Een debatje tussen PVV-Tweede Kamerlid Teun van Dijck en Minister van Financiën Wouter Bos ging over een uitspraak van Bos in het televisie-programma “De Wereld Draait Door”: we hebben de krediet-crisis aan onszelf te danken.
Van Dijck verwijtte Bos dat de afgelopen jaren de belastingen alleen maar omhoog zijn gegaan, waardoor de burger alleen maar minder overhoudt. Het antwoord van Bos was, dat zijn uitspraak in een breder verband was bedoeld, namelijk dat door de continue zucht naar meer, de risico’s steeds groter worden.
Dit kleine debatje is typerend hoe de Nederlandse politiek met de kredietcrisis wil omgaan: men wil vooral zichzelf profileren.
Van Dijck heeft half gelijk, en het is jammer dat hij niet even doorpakte.
Ons systeem werkt als volgt. In de vrije markt wordt geld verdiend. Als op een gegeven moment de overheid haar kans schoonziet, verhoogt ze de belastingen, wat de markt verstoord. Die marktverstoring is volgens de overheid niet erg, want “ondernemers moeten anticiperen op overheidsingrijpen”. Het gat dat door de overheidsingrijpen valt, zal vervolgens door de hebzucht van de markt weer gevuld worden. En zo begint het spel weer opnieuw.
Dat Bos het als een slechte zaak ziet, dat mensen streven naar meer is dus eigenlijk hypocriet en tegen zijn eigenbelang. In ons systeem verondersteld de overheid namelijk marktherstel voor de schade die overheidsingrijpen met zich meebrengt. Als Wouter Bos met zijn kritiek op “meer, meer, meer” zijn zin krijgt, dan herstelt de markt zich *niet* van overheidsingrijpen, en implodeert de economie. Dat is niet wat Bos wil. Maar het is wel een leuke uitspraak voor kiezers die van mening zijn dat het geld van anderen stinkt.
Ook in een ander debatje tussen SP-Tweede Kamerlid Agnes Kant en VVD-Tweede Kamerlid Mark Rutte bleek profileringsdrang. Rutte wil lagere belastingen. Kant wil meer geld sturen naar de armen, die dat geld meteen uitgeven, om de consumptie op te voeren. Natuurlijk hebben beiden het over de eigen ideologie en niet over een concreet antwoord op de financiële crisis.
Ten eerste, Rutte had bijna gelijk toen hij op 21 januari 2008 voorspelde dat de Nederlandse economie eind dit jaar in recessie zou komen (bron: Nova). De aanwezige ondernemers uit het Westland haalden toen hun schouders op. Inmiddels vallen er ook flinke klappen in de glastuinbouw. Weliswaar zal Rutte’s plan om belastingen te verlagen zowel bedrijven als consumenten verlichting geven in de portomonnee, maar de maatregel zal niet in staat zijn om buitenlandse invloeden tegen te houden. De Nederlandse consument heeft niet zo heel erg veel invloed op de Nederlandse economie.
Kant’s maatregelen om consument-uitgaven te stimuleren heeft om dezelfde reden weinig effect. Echter zijn Kant’s maatregelen wel schadelijker dan die van Rutte. Kant zegt eigenlijk, we nemen het geld dat onze kleinkinderen moeten verdienen en geven dat nu uit om deze crisis te bezweren. De pensioenen van wie nu werkt mogen best afgeroomd worden, om de ouderen van nu te helpen. Kant is voor een ikke-ikke solidariteit van nu en de toekomst mag barsten.
Zo zijn er nog wel meer voorbeelden. De grootste vragen in de financiële crisis zijn, hoe hard zijn de klappen, hoe lang duurt de crisis en wie zullen de winnaars zijn. Politici lijken zich vooral met de laatste vraag bezig te houden. Op de eerste twee vragen weet eigenlijk niemand een goed antwoord. Sommige Amerikaanse economische experts verwachten een depressie. Op dit moment wacht iedereen op 21 januari, de dag dat Barrack Obama President van de USA wordt. George Bush is een zogenaamde “lame-duck”, hij kan nog weinig doen en iedereen wacht totdat het eind is gekomen.
Als Den Haag spreekt over de financiële crisis, dan spreekt zij vooral voor de eigen kiezers. Den Haag en concrete oplossingen hebben niets met elkaar te maken.
Analogisch, als de Nederlandse politiek zich zou moeten bezighouden met de inslag van een komeet op onze planeet, dan gebeurt het volgende:
De schoenenfabrieken eisen subsidie, zodat iedereen goedkoop aan nieuwe schoenen kan komen zodat burgers hard kunnen wegrennen. De botenindustrie eist subdisidie om meer boten te kunnen verkopen aan iedereen, zodat het volk vóór de inslag een tsunamie kan ontvluchten, door per boot naar de andere kant van de wereld te varen. Een kunstenaar zal op televisie zeggen dat iedereen die een dinosaurus kent niet moet klagen, omdat we tegenwoordig geen idee hebben van wat een echte crisis is. Een politiek leider zal zeggen dat Nederland het nog niet zo heel erg slecht doet, omdat we tot nu toe nog geen last hebben gehad van de komeetinslag. Burgers betalen miljoenen belastinggeld om naar deze woorden te mogen luisteren, àls ze er al iets van horen.